log in

Overgangseisen

Om duidelijkheid te geven over de eisen voor kinderen om een groep verder te mogen zal hieronder per groep worden aangeven wat een kind moet laten zien voordat hij/zij een groep verder mag.

Groep 1: Watergewenning

In deze groep leren de kinderen om watervrij te worden. Dit gebeurt veelal door spelletjes en opdrachten met voorwerpen.

Eindtermen:

  • Voorover vallen met het gezicht helemaal in het water met de ogen open en 5 seconden (ontspannen) zo stil mogelijk blijven liggen, vervolgens rustig opstaan. De houding van de armen en benen is nog niet van belang.
  • Achterover vallen en 5 seconden (ontspannen) zo stil mogelijk blijven liggen met de ogen open, vervolgens rustig opstaan. De houding van de armen en benen is nog niet van belang.
  • Het van een meter afstand “duiken” naar een voorwerp / blauwe tegel en deze aantikken. Hierbij zijn de ogen open.

Groep 2: Drijven

In deze groep leren de kinderen drijven, dit betekent dat het kind aan het wateroppervlak ligt. Dit gebeurt door veel herhaling van de eindvorm, afgewisseld met spelletjes en opdrachten die toewerken naar de eindtermen van diploma A. Bijvoorbeeld het werken met een mat, poortje en het dragen van een T-shirt.

Eindtermen:

  • Buikligging Afzetten: 1 voet tegen de muur, schouders onder water, armen gestrekt naast de oren, gezicht in het water leggen en goed afzetten van de muur waarbij aan het wateroppervlak gebleven moet worden. Aansluitend: 10 seconden drijven op de buik waarbij de neus naar de bodem wijst. De armen stil en gestrekt naast het hoofd. De benen stil en tegen elkaar. Het moet een ontspannen, (volledig) horizontale houding zijn.
  • Rugligging Afzetten: met twee handen vasthouden aan de stang. Twee voeten tegen de muur zetten met de knieën tussen de armen. Hoofd achterover (horizontaal op het wateroppervlak en goed afzetten van de muur waarbij aan het wateroppervlak gebleven moet worden. Aansluitend: 10 seconden drijven op de rug waarop de ogen open zijn en het kind gewoon blijft doorademen. De armen stil naast de heupen of de handen in de zij / onder de billen. De benen stil en tegen elkaar. Het moet een ontspannen, (volledig) horizontale houding zijn.

Groep 3: Beenslag

In deze groep leren de kinderen de rugslag en de beenslag van de schoolslag. Ook dit gebeurt door veel herhaling, afgewisseld met opdrachten die al toewerken naar de eindtermen van diploma A. Bijvoorbeeld het werken met een mat, poortje, het dragen van een T-shirt, het maken van een koprol, het maken van een borst- en rugcrawlbeenbeweging en het onderwater zwemmen.

Eindtermen:

  • Benen schoolslag
    • Afzetten van de kant zoals dat bij het drijven staat beschreven en in drijfhouding komen (zie eindtermen drijven).
    • Aansluitend: het maken van een beenslagbeweging. Deze bestaat uit het bewegen van de hakken naar de billen, niet de knieën onder de buik trekken. Daarna het maken van clownsvoeten / zwemvoeten, dit betekent dat de hakken tegen elkaar blijven en de tenen naar buiten worden gedraaid. De knieën mogen bij deze beweging een beetje uit elkaar zijn. Tenslotte het maken van een “rondje”, voeten gaan naar buiten en sluiten weer tegen elkaar aan. Het eerste gedeelte van de beweging gaat rustig het sluiten moet met kracht.
    • 2 seconden blijven liggen in de drijfhouding en dan opnieuw beginnen.
    • Het bovenstaande moet een vloeiende, automatische beweging zijn waarbij het kind niet meer hoeft na te denken en moet de gehele baan zonder te stoppen worden volgehouden (eventueel met een of meerdere keren ademhalen).
  • Rugslag
    • Afzetten van de kant zoals dat bij het drijven staat beschreven en in drijfhouding komen (zie eindtermen drijven),
    • Aansluitend: het maken van een beenslagbeweging. Deze bestaat uit het laten vallen van hakken waarbij er een hoek van 90° ontstaat tussen de bovenbenen en de onderbenen. De bovenbenen blijven horizontaal aan het wateroppervlak liggen. De knieën mogen dus niet opgetrokken worden. Daarna het maken van clownsvoeten / zwemvoeten (zie benen schoolslag). Ook hierbij mogen de knieën iets uit elkaar zijn. Tenslotte het maken van een “rondje” (zie benen schoolslag). Het eerste gedeelte van de beweging gaat rustig het sluiten moet met kracht.
    • 2 seconden blijven liggen in de drijfhouding en dan opnieuw beginnen.
    • Tijdens de gehele beweging moeten de ogen open zijn en moet het kind rustig blijven doorademen.
    • Het bovenstaande moet een vloeiende, automatische beweging zijn waarbij het kind niet meer hoeft na te denken en moet de gehele baan zonder te stoppen worden volgehouden.


Groep 4: Combinatie

In deze groep leren de kinderen armslag van de schoolslag en wordt de beenslag van de schoolslag en de rugslag verder ontwikkeld. Ook dit gebeurt door veel herhaling, afgewisseld met opdrachten die al toewerken naar de eindtermen van diploma A. Bijvoorbeeld het werken met een mat, poortje, het dragen van een T-shirt, het maken van een koprol, het maken van een borsten rugcrawlbeenbeweging en het onderwater zwemmen. De te zwemmen afstand wordt nu ook groter.

Eindtermen:

  • Schoolslag
    • Afzetten van de kant zoals dat bij het drijven staat beschreven en in drijfhouding komen (zie eindtermen drijven).
    • Aansluitend: het maken van de armbeweging. Deze bestaat uit het naar buiten kantelen van de handpalmen. Vervolgens bewegen de armen naar buiten tot ongeveer op schouderbreedte, daarna maken ze een ronde beweging weer naar elkaar toe voor de kin en gaan ze naast elkaar (met vlakke handen) weer naar voren. Tijdens de gehele beweging moet je de handen steeds kunnen blijven zien.
    • Op het moment dat de handen het eerste gedeelte van de beweging hebben gemaakt (naar buiten) wordt begonnen met het maken van de beenslagbeweging. 2 seconden blijven liggen in de drijfhouding en dan opnieuw beginnen.
    • Het bovenstaande moet een vloeiende, automatische beweging zijn waarbij het kind niet meer hoeft na te denken en moet de gehele baan zonder te stoppen worden volgehouden (eventueel met een of meerdere keren ademhalen).
  • Rugslag
    • Afzetten van de kant zoals dat bij het drijven staat beschreven en in drijfhouding komen (zie eindtermen drijven),
    • Aansluitend: het maken van een beenslagbeweging. Deze bestaat uit het laten vallen van hakken waarbij er een hoek van 90° ontstaat tussen de knieën en de onderbenen. De bovenbenen blijven horizontaal aan het wateroppervlak liggen. De knieën mogen dus niet opgetrokken worden. Daarna het maken van clownsvoeten / zwemvoeten (zie benen schoolslag). Ook hierbij mogen de knieën iets uit elkaar zijn. Tenslotte het maken van een “rondje” (zie benen schoolslag). Het eerste gedeelte van de beweging gaat rustig het sluiten moet met kracht.
    • 2 seconden blijven liggen in de drijfhouding en dan opnieuw beginnen.
    • Tijdens de gehele beweging moeten de ogen open zijn en moet het kind rustig blijven doorademen.
    • Het bovenstaande moet een vloeiende, automatische beweging zijn waarbij het kind niet meer hoeft na te denken en moet de gehele baan zonder te stoppen worden volgehouden.
  • Borstcrawl
    • Afzetten van de kant en in drijfhouding komen (zie eindtermen drijven),
    • Aansluitend beginnen met de borstcrawlbenen. De benen maken een op en neer gaande beweging (ongeveer 30 tot 60 cm.), vlak langs elkaar, de beweging begint vanuit de heup.
  • Rugcrawl
    • Afzetten van de kant en in drijfhouding komen (zie eindtermen drijven),
    • Aansluitend beginnen met rugcrawlbenen. De benen maken een op en neer gaande beweging (ongeveer 30 tot 60 cm.), vlak langs elkaar, de beweging begint vanuit de heup.

Groep 5: Voorbereiding diepe bad

In deze groep moeten de schoolslag en de rugslag uiteindelijk bevestigd zijn. Verder is er in de vorige groepen ook al aandacht besteed aan de borst- en rugcrawl maar in deze groep wordt dit verder ontwikkeld.

Eindtermen:

  • Schoolslag
    • Zie de eindtermen van groep 4 de Combinatie.
    • Het enige verschil is dat in deze groep bij de schoolslag het hoofd boven water moet worden gehouden. Het hoofd moet geheel boven water zijn. De houding moet verder nog steeds horizontaal zijn, de benen mogen niet ter ver naar beneden zakken. Het kind moet naar voren kijken en niet naar boven, het hoofd moet dus niet in de nek komen te liggen.
    • Tijdens de gehele beweging moeten de ogen open zijn en moet het kind rustig blijven doorademen.
    • Het bovenstaande moet een vloeiende, automatische beweging zijn waarbij het kind niet meer hoeft na te denken en moet de gehele baan zonder te stoppen worden volgehouden.
  • Rugslag
    • Zie de eindtermen van groep 4 de Combinatie.
  • Borstcrawl
    • Afzetten van de kant en in drijfhouding komen (zie eindtermen drijven),
    • Aansluitend beginnen met de borstcrawlbenen. De benen maken een op en neer gaande beweging (ongeveer 30 tot 60 cm.), vlak langs elkaar, de beweging begint vanuit de heup.
    • Vervolgens het starten van de armbeweging. De armen worden beurtelings over en door het water gehaald. De hand wordt ter hoogte van het hoofd in het water gestoken en net onder water wordt de arm gesterkt. Daarna wordt de arm onder water weer gebogen en “trekt”aan het water en “duwt” vervolgens het water weg naar achteren. Als de hand bij het bovenbeen komt, komen de elleboog en de bovenarm weer uit het water, gevolgd door de hand. Met een gebogen arm, waarbij de elleboog altijd het hoogste punt is, gaat de hand weer naar het hoofd. De armen bewegen zich als een soort molenwieken dus als de een bij het hoofd is, is de ander bij het bovenbeen etc.
    • Het gezicht moet de hele beweging in het water zijn, behalve als de arm onder water naar achteren gaat dan mag aan één kant worden ademgehaald door het hoofd opzij te draaien.
    • Het bovenstaande hoeft nog niet perfect te worden uitgevoerd. Het moet een beginners-borstcrawl zijn waarbij de slag zoals beschreven herkenbaar is. De ademhaling mag ook nog gebeuren door het hoofd op te tillen.

borstcrawl

  • Rugcrawl
    • Afzetten van de kant en in drijfhouding komen (zie eindtermen drijven),
    • Aansluitend beginnen met rugcrawlbenen. De benen maken een op en neer gaande beweging (ongeveer 30 tot 60 cm.), vlak langs elkaar, de beweging begint vanuit de heup.
    • Vervolgens start de armbeweging. De armen worden beurtelings over en door het water gehaald. De arm is helemaal gestrekt en gaat boven het hoofd, recht langs het oor in het water met de pink eerst. Net onder het water “trekt” de hand het water weg en “duwt” vervolgens het water weg naar achteren. Met de duim naar boven komt de hand ter hoogte van het bovenbeen weer uit het water. Helemaal gestrekt gaat de arm boven water weer richting het hoofd en in deze beweging draait de hand zodat de pink weer als eerst in het water komt. De armen bewegen zich als een soort molenwieken dus als de een bij het hoofd is, is de ander bij het bovenbeen etc.
    • Het bovenstaande hoeft nog niet perfect te worden uitgevoerd. Het moet een beginners-rugcrawl zijn waarbij de slag zoals beschreven herkenbaar is.

rugcrawl

Bij Voorbereiding diepe bad wordt ook aandacht besteed aan het uithoudingsvermogen dat nodig is om in het 25 meterbad te kunnen zwemmen.

25-meterbad

Bij het 25-meterbad zijn de banen ingedeeld op het te behalen diploma. De eindtermen zijn dus de eisen die aan het diploma worden gesteld. Als een zwemmer zijn diploma heeft behaald mag hij een baan verder. Als het diploma elders is behaald is het mogelijk om een baan op te schuiven. Hierbij wordt per individu gekeken of dit mogelijk is. In de aanloop voor het diplomazwemmen van Aegir wordt het overzetten gemeden.